Schoolgids - Leerlingzaken

Terug naar de inhoudsopgave )

11 Leerlingzaken


11.1 Inschrijving nieuwe leerlingen


Bij de leerlingenadministratie van de Katholieke Montessorischool wordt onderscheid gemaakt tussen aanmelden en inschrijven. Aanmelden gaat aan inschrijven vooraf. Bij een aanmelding wordt het kind geregistreerd als toekomstige leerling van de KMS. Feitelijk zit het kind dan nog niet op onze school. Van inschrijving (= toelaten) is pas sprake als het kind daadwerkelijk onderwijs op de KMS volgt. Om als leerling tot de school te worden toegelaten, moet een kind de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt. Tussen het moment van aanmelden en inschrijven kan daarom enige tijd zitten; soms jaren. Vroegtijdig aanmelden vergroot de kans op plaatsing. Gezien de lengte van de wachtlijsten voor de komende schooljaren is het aan te raden nieuwe leerlingen al heel vroeg bij de Katholieke Montessorischool aan te melden. Hieronder wordt de aanmeldings- en inschrijvingsprocedure van de KMS nader toegelicht.

Aanmeldingsprocedure
Aanmelding geschiedt door het downloaden van de KMS site http://www.kmsbussum.nl/index.php/ouders/uw-kind-aanmelden (of aanvragen) en invullen van het aanmeldingsformulier. Per kind moet het volledig ingevulde en ondertekende gele aanmeldingsformulier teruggestuurd worden naar de administratie van de Katholieke Montessorischool. Zodra het aanmeldingsformulier door de school is ontvangen en de eenmalig verschuldigde administratiekosten op de bankrekening van de KMS zijn bijgeschreven wordt de aanmelding verwerkt. De definitieve aanmeldingsdatum is òf de datum van bijschrijving òf de datum van ontvangst van het aanmeldingsformulier (indien geen administratiekosten meer verschuldigd zijn).

Administratiekosten
Bij het aanmelden van een nieuwe leerling voor de Katholieke Montessorischool worden eenmalig 60 euro administratiekosten in rekening gebracht. Deze kosten worden in rekening gebracht bij de aanmelding van het eerste kind uit het gezin voor onze school en dus niet meer voor later aangemelde jongere broertjes of zusjes. De administratiekosten moeten worden betaald ongeacht of er plaats is op school voor het kind of dat het op de wachtlijst komt te staan.
Na verwerking van het aanmeldingsformulier ontvangen ouders bericht of hun kind daadwerkelijk op de KMS is geplaatst in de groep en het schooljaar waarvoor het is aangemeld, dan wel dat het kind op de wachtlijst staat omdat de betreffende groep al vol is. Bij uitschrijving of annulering van de aanmelding worden betaalde administratiekosten niet gerestitueerd.

Wachtlijst
Na verwerking van het aanmeldingsformulier ontvangen ouders bericht of hun kind daadwerkelijk op de KMS is geplaatst in de groep en het schooljaar waarvoor het is aangemeld, dan wel dat het kind op de wachtlijst staat omdat de betreffende groep al vol is. Indien het kind onverhoopt op de wachtlijst komt te staan, zal de administratie van de KMS contact met de ouders opnemen zodra er wel plaats beschikbaar is gekomen. Bovendien worden alle ouders van wachtlijstleerlingen jaarlijks aangeschreven met de vraag of de betreffende leerling nog op de wachtlijst moet blijven staan. Zodoende blijft de wachtlijst actueel. De volgorde van de plaats op de wachtlijst is afhankelijk van de volgende vier criteria:
1. er is reeds een broertje/zusje ingeschreven op de Katholieke Montessorischool.
2. het aangemelde kind is afkomstig van een andere Montessorischool.
3. evenwichtige verdeling leerlingenaantallen bij beginnende kleuters (zie toelichting)
4. evenwichtige verdeling van de aantallen jongens en meisjes
5. datum van aanmelding
Voor informatie over plaatsingen en over de wachtlijst kunt u terecht bij de leerlingenadministratie,
tel: 035 69 11011 of via: Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken .

Toelichting bij criterium 3
Bij kleuters die voor het eerst naar groep 1 gaan wordt onderscheid gemaakt tussen starters en instromers. Starters zijn kinderen die aan het begin van het nieuwe schooljaar naar school gaan. Zij worden 4 jaar in de maanden juli, augustus, september, oktober, of begin november. Instromers zijn kleuters die vanaf half november of daarna 4 jaar worden. Starters stromen na twee schooljaren door naar groep 3. Instromers na 2,5 schooljaar. Deze doorstroming heeft consequenties voor de leerlingenaantallen in groep 3.
Bij een dreigende ongelijke verdeling van de aantallen starters en instromers behoudt de school zich het recht voor om starters of instromers die niet bovenaan de wachtlijst staan voor te laten gaan bij plaatsing. Dit recht behoudt de school zich ook voor bij een dreigende zeer scheve verdeling van de aantallen jongens en meisjes.

Plaatsing voor groep 2 of hoger
Bij aanmelding voor groep 2 of hoger van nieuwe leerlingen die afkomstig zijn van een andere school hanteert de KMS een aannameprocedure. Indien er plaats beschikbaar is, vindt onder voorbehoud toelating op de KMS plaats:
vanaf groep 3 wordt de aangemelde leerlingen getest op het beheersingsniveau van leerstof;
de orthopedagoog van de KMS neemt contact op met de school waar de leerling vandaan komt om te informeren naar leerprestaties, taakgerichtheid en het sociaal functioneren van het kind;
de orthopedagoog informeert de ouders over de uitslag van de afgenomen tests;
indien de uitslag van de tests of het contact met de huidige school daartoe aanleiding geeft, vindt er met de ouders een vervolggesprek plaats.
Zodra de schoolleiding naar aanleiding van deze procedure een definitief plaatsingsbesluit heeft genomen over de toelating van het kind, wordt de ouders geïnformeerd.

Van aanmelding naar inschrijving/toelating
Op de eerste schooldag van het kind op onze school moeten ouders de aanmelding omzetten in een formele inschrijving. Ouders ontvangen daarover nadere informatie via de leerkracht. Bij het officiële inschrijfformulier moet ook een document van de Belastingdienst gevoegd worden waarop het burgerservicenummer van de in te schrijven leerling staat vermeld. Dit in verband met de toekenning door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van een uniek onderwijsnummer aan elke leerling die leerplichtig is. Als het kind eenmaal onderwijs op de KMS volgt, wordt van de ouders een jaarlijkse vrijwillige ouderbijdrage gevraagd (zie hoofdstuk 11). Uit deze vrijwillige ouderbijdrage worden extra voorzieningen ten behoeve van het onderwijs bekostigd, zoals vakleerkrachten, remedial teaching en bijzondere activiteiten voor de leerlingen. Deze ouderbijdrage staat geheel los van de eenmalige administratiekosten bij de aanmelding.

Uitschrijven van een leerling
Uitschrijven van een leerling gebeurt schriftelijk door ouders bij de directie. Wanneer een leerling wordt uitgeschreven, stuurt de KMS hiervan een digitale melding naar de nieuwe school. Aan de ouders wordt het Onderwijskundig Rapport Schoolverlaters in tweevoud uitgereikt (kopie voor nieuwe school). In dit rapport staan de laatste gegevens en vorderingen van het kind vermeld. Voor leerlingen die naar het buitenland emigreren wordt een Leaving Report en Transfer Certificate opgesteld. De leerlingen van groep 8 ontvangen na het voltooien van hun basisschoolopleiding een getuigschrift van de Katholieke Montessorischool.


11.2 Leerlingverdeling KMS


Als nieuwe leerlingen toegelaten worden tot de Katholieke Montessorischool worden ze geplaatst in de jaargroep waarin ze op dat moment thuis horen qua leeftijd en ontwikkeling. Het is binnen het Montessori onderwijs niet vanzelfsprekend dat een jaargroep automatisch acht basisschooljaren bij elkaar blijft. Als kinderen van de ene bouw overgaan naar de volgende bouw (bijv. uit groep 2 van bouw 1/2 naar groep 3 van bouw 3/4) worden ze herverdeeld. Bij het vaststellen van de herverdeling spelen naast onderwijskundige en pedagogische motieven ook getalsmatige factoren een rol. Voor de jaarlijkse leerlingverdeling hanteert de school het Protocol Leerlingverdeling waarin de volgende uitgangspunten en criteria zijn vastgelegd:

1. De leerlingverdeling is gebaseerd op het aantal beschikbare leerkracht-fte's voor het schooljaar. Dit aantal is gerelateerd aan budgetten die de overheid daarvoor beschikbaar stelt.

2. Vanaf de bouw 3/4 wordt bij de leerlingverdeling in beginsel verticaal doorgestroomd. Dit geldt niet voor de bouw 1/2, die van vier groepen 2 herverdeeld moet worden over drie groepen 3.

3. Tussen parallelgroepen uit dezelfde bouw wordt gestreefd naar:

  • evenwichtige verdeling van leerlingaantallen
  • plaatsing van leerlingen twee jaar achtereen bij dezelfde leerkracht(en), mits dat op grond van de personeelsformatie mogelijk is
  • gelijkmatige verdeling van ‘trekkers’ (sociaal-emotioneel en cognitief sterke leerlingen)
  • evenwichtige spreiding van zorgleerlingen (met ontwikkelingsachterstand of –voorsprong)

4. Binnen een te vormen jaargroep wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van
leerlingen op basis van de volgende criteria:

  • sociaal-emotionele ontwikkeling
  • cognitieve ontwikkeling
  • verhouding jongens/meisjes
  • spreiding broertjes/zusjes
  • zo mogelijk aanwezigheid van vriendje/vriendinnetje
  • combinaties van kinderen vermijden die belemmerend op elkaar werken

De leerlingverdeling wordt door de leerkrachten in gezamenlijk overleg voorbereid en doorgesproken met de intern begeleider/orthopedagoog. De directie stelt de definitieve leerlingverdeling vast. Het Protocol Leerlingverdeling moet waarborgen dat er uiterst zorgvuldig met de verdeling wordt omgegaan.
Voor alle kinderen van groep 2 tot en met groep 7 is er aan het eind van het schooljaar een “doordraaimiddag”. Op deze middag gaan de kinderen op bezoek bij hun nieuwe leerkracht(-en) in het (nieuwe) lokaal met de groepssamenstelling zoals die na de zomervakantie is.

Bij de start van het schooljaar vinden tussen alle leerkrachten zogenoemde overdrachtsgesprekken plaats. De leerkracht bij wie het kind vorig schooljaar in de groep zat informeert daarbij de nieuwe leerkracht over de ontwikkeling van elk kind aan de hand van een gestandaardiseerd overdrachtsformulier, zodat de nieuwe leerkracht alle relevante informatie van het kind beschikbaar heeft als het nieuwe schooljaar begint.

Basisscholen bepalen zelf de regels voor overgang naar een volgende groep. Ouders hebben geen beslissende stem bij het indelen en/of vaststellen van de leerlingverdeling Als ouder kan men wel aangeven welke wensen men heeft, maar de school neemt uiteindelijk de beslissing. Als ouders het niet eens zijn met de beslissing, kunnen ze volgens de klachtenprocedure van de school bezwaar maken (Bron: Inspectie voor het Onderwijs).

Beleid plaatsing tweelingen
Bij tweelingen komt de vraag aan de orde of ze samen in dezelfde groep geplaatst moeten worden of juist in verschillende parallelgroepen. De KMS heeft beleid ontwikkeld om bij dit specifieke aspect van de leerlingverdeling extra zorgvuldig te handelen. Uitgangspunt is dat tweelingen de gelegenheid wordt geboden zich op school goed te ontwikkelen en te genieten van het feit dat ze meerling zijn. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het voor de cognitieve ontwikkeling en gedragsontwikkeling van tweelingen geen verschil maakt of ze tijdens de basisschoolperiode samen in dezelfde groep of apart in parallelgroepen hebben gezeten.
Tweelingen in hun kleutertijd bij elkaar houden lijkt doorgaans de voorkeur van ouders te hebben. Op latere leeftijd (en zeker in groep 3) spelen onderlinge vergelijking, competitie, rivaliteit en dominantie een grotere rol. In de thuissituatie heeft ieder van de tweeling dan zijn of haar eigen juf op school, eigen vrienden en eigen verhalen, zonder kans door de juf of andere kinderen vergeleken te worden met het tweelingbroertje of -zusje. Het unieke van tweeling zijn blijft bestaan en hoeft door een scheiding geen schade op te lopen.
Aan de andere kant is er ook wat voor te zeggen om een tweeling op school te scheiden zodat ze zich als individu beter kunnen ontwikkelen. De beslissing over de plaatsing van een tweeling wordt op de KMS in nauw overleg met ouders, kinderen zelf (als ze ouder zijn) en de leerkrachten genomen. Die beslissing is niet eenmalig, maar zal bij elke leerlingverdeling waar het aan de orde komt getoetst worden aan het belang van het tweelingkind in kwestie.


11.3 Protocol Schorsing en Verwijdering

De KMS heeft een protocol opgesteld voor schorsing en voor verwijdering. Dit behelst het kunnen schorsen of verwijderen van een leerling (of ouder) indien deze zich, na herhaaldelijk te zijn gewaarschuwd, schuldig maakt of blijft maken aan ernstig wangedrag waardoor het herstel of het behoud van de rust en veiligheid of de goede en ongestoorde voortgang van het onderwijs op de school in het geding is. Schorsing is een urgente maatregel van tijdelijke aard. Verwijdering is een maatregel van definitieve aard. De beslissing over schorsing en verwijdering ligt bij het schoolbestuur als bevoegd gezag.

Schorsing
Schorsing is aan de orde wanneer het schoolbestuur of de directie bij ernstig wangedrag van een leerling en/of een ouder onmiddellijk moet optreden terwijl er tijd nodig is voor het zoeken naar een passende oplossing. Ernstig wangedrag kan bijvoorbeeld zijn: (poging tot) mishandeling, diefstal of het herhaald negeren van schoolregels. Schorsing kan meerdere keren worden opgelegd. Bij schorsing worden de volgende stappen gezet:

  • Het bestuur/de directie kan een leerling voor een beperkte periode schorsen; minimaal drie en maximaal voor vijf aaneengesloten schooldagen.
  • Schorsing vindt in principe pas plaats na overleg met de leerling plus diens ouders/ verzorgers en de groepsleerkracht.
  • In geval het gedrag van de leerling binnen de schoolcontext acuut fysiek gevaar oplevert voor anderen of zichzelf kan de directie tot onmiddellijke schorsing overgaan zonder ouders/ verzorgers gehoord te hebben.
  • Het bestuur/de directie deelt het besluit tot schorsing schriftelijk aan de ouders/verzorgers mee. In dit besluit worden de redenen voor schorsing, de aanvang en tijdsduur vermeld en eventuele andere aanvullende maatregelen.
  • De school stelt de leerling in staat, bijvoorbeeld door het opgeven van huiswerk, te voorkomen dat deze een achterstand bij het lesprogramma oploopt.
  • Het bestuur/de directie stelt de Inspectie van het Onderwijs en de leerplichtambtenaar onverwijld op de hoogte van de schorsing en vermeldt daarbij de reden.

De directie stelt het schoolbestuur op de hoogte bij elke stap.

Verwijdering
Verwijdering is aan de orde bij dusdanig persisterend ernstig wangedrag dat het schoolbestuur als bevoegd gezag concludeert dat de relatie tussen school en leerling en/of ouder(s) onherstelbaar verstoord is. Verwijdering kan gezien worden als een vervolgstap op (herhaalde) schorsing, indien geen verbetering is opgetreden. Wanneer het bevoegd gezag voornemens is over te gaan tot verwijdering, moet vervolgens de landelijk vastgestelde procedure in acht worden genomen. Stapsgewijs komt die op het volgende neer:

  • Voordat het bevoegd gezag tot verwijdering van de leerling besluit, hoort het eerst de betrokken groepsleerkracht.
  • Het bevoegd gezag deelt de ouders/verzorgers per aangetekende brief gemotiveerd het voornemen tot verwijdering mee en nodigt hen uit om gehoord te worden over dit voornemen. 
  • De ouders/verzorgers ontvangen, na te zijn gehoord en indien dit de mening van het bevoegd gezag niet heeft doen veranderen, per aangetekende brief een gemotiveerd besluit tot verwijdering waarbij wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken schriftelijk bezwaar aan te tekenen tegen het besluit. 
  • Het bevoegd gezag meldt het besluit tot verwijdering terstond aan de leerplichtambtenaar. 
  • Indien ouders/verzorgers geen bezwaar aantekenen, wordt het besluit na zes weken definitief.
  • Indien ouders/verzorgers wel bezwaar aantekenen, hoort het bevoegd gezag hen over dit bezwaarschrift. Het bevoegd gezag neemt binnen vier weken na ontvangst van dit bezwaarschrift een besluit en deelt dit per aangetekende brief met redenen omkleed aan de ouders/verzorgers mede.
  • Indien de ouders/verzorgers zich niet bij dit finale besluit van het bevoegd gezag neerleggen, kunnen ze het besluit aanvechten via de burgerlijke rechter.

Definitieve verwijdering van een leerling vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag zich heeft ingespannen om ervoor te zorgen dat de leerling op een andere school terecht kan. Indien aantoonbaar (de school houdt een dossier bij) gedurende acht weken zonder succes is gezocht naar een andere school of instelling kan tot definitieve verwijdering worden overgegaan.


11.4 Tussenschoolse opvang (TSO): overblijven

Het schoolbestuur is wettelijk verantwoordelijk voor het organiseren van de tussenschoolse opvang (overblijf). Het doel van de tussenschoolse opvang is om kinderen tussen de middag op school de gelegenheid te bieden in een veilige en ontspannen omgeving te lunchen, uit te rusten en met elkaar te spelen. Omdat bestuur en directie van de KMS van mening zijn dat zij hun aandacht primair moeten kunnen blijven richten op zaken die direct op het onderwijs betrekking hebben, is de tussenschoolse opvang uitbesteed aan een organisatie die gespecialiseerd is in opvang van kinderen. Dat is de Stichting Kinderopvang Bussum-Naarden-Muiden-Muiderberg (SKBNM); bij veel ouders bekend vanuit de naschoolse opvang en peuterspeelzalen. De SKBNM is gecertificeerd volgens de HKZ/ISO 9001-normen voor de kinderopvang.

Als grondslag voor de tussenschoolse opvang is door de SKBNM pedagogisch beleid vastgesteld en opgenomen in een pedagogisch beleidsplan. Dit beleid is passend bij het algemene pedagogisch beleid van de Katholieke Montessorischool. Het vormt de basis voor de dagelijkse activiteiten en richtlijnen voor de omgang met de kinderen. De tussenschoolse opvang sluit ook aan bij de kwaliteiten van de school, zoals goede sfeer, vriendelijke en veilige leeromgeving voor kinderen en goede kwaliteit van onderwijs. Er is een huishoudelijk reglement opgesteld waarin taken en verantwoordelijkheden, wijze van inschrijven, inhoudelijke organisatie, dagelijkse gang van zaken en de klachtenprocedure op werkniveau zijn beschreven.

Organisatie
Er is 3 dagen TSO per week voor kleuters (vrijdagmiddag vrij) en 4 dagen voor overige groepen (niet op woensdag). Overblijven is niet verplicht; thuis met kinderen lunchen blijft mogelijk gedurende het uur pauze. De middagpauze bij 't Kwetternest en het Hoofdgebouw is 1 uur per dag (bij de Kwakers is de middagpauze 5 kwartier; dit vanwege de reistijd voor ouders tussen de beide locaties). De pauze wordt verdeeld in twee shifts. Hierdoor gaat de helft van de overblijvers eerst eten in de klas met de eigen leerkracht en de andere helft eerst buitenspelen. De kinderen uit de bovenbouw spelen eerst buiten of in de hal onder begeleiding van de TSO-medewerkers. De kinderen krijgen gedurende de middagpauze de keuze uit verschillende activiteiten. De leerkrachten hebben gedurende het (buiten)spelen van hun groep zelf lunchpauze.

Administratie
Er wordt dagelijks geregistreerd op de TSO-lijst bij het klaslokaal of het kind overblijft of niet. Dit i.v.m. verplichte aanwezigheidscontrole. De SKBNM regelt op dagbasis de coördinatie, de daadwerkelijke begeleiding van de kinderen tijdens de overblijf door personeel SKBNM. Per schoolgebouw van de KMS is een TSO-coördinator aangesteld. Deze voert de dagelijkse leiding over de TSO en is het aanspreekpunt (zie Jaardeel). De financiële en aanwezigheidsadministratie wordt door de school zelf geregeld. Vragen over deze zaken kunnen worden voorgelegd aan de schooladministratie (Laura Neuhaus; Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken ).

Kosten TSO-abonnement
Aan het begin van het jaar krijgen ouders de keuze om wel of niet gebruik te maken van de tussenschoolse opvang. Als ouders voor tussenschoolse opvang kiezen, betalen ze 31 euro per kind per maand, 12 keer per jaar, ongeacht het aantal afnamen. Dit gaat uitsluitend via automatische incasso’s. Hiervoor vult u een machtigingsformulier in dat verkrijgbaar is bij de administratie van de school. Ouders kunnen er ook voor kiezen om één of meerdere dagen met kinderen thuis te eten. Het is ook mogelijk om in de loop van het schooljaar deel te gaan nemen aan de TSO. Dan betaalt men het maandbedrag vanaf het moment van deelname.

Strippenkaart
Voor kinderen die zeer incidenteel overblijven is er een 10-strippenkaart voor 50 euro. Hiermee mag incidenteel van de TSO gebruik gemaakt worden. Als de strippenkaart vol is, kunnen ouders een nieuwe kopen. Niet volledig gebruikte strippenkaarten kunnen meegenomen worden naar een volgend schooljaar. Het gebruik van de strippenkaart moet ook bij het klaslokaal worden aangetekend op de TSO-lijst. Voor de aanschaf van de strippenkaart is er een eenmalig automatische incassoformulier verkrijgbaar bij de administratie. De strippenkaart wordt op school op een centrale plek bewaard en afgetekend.

Opzeggen
Opzeggen van een abonnement kan uitsluitend per de 1e van de maand en moet uiterlijk schriftelijk kenbaar gemaakt zijn aan de KMS op de 16e van de maand voorafgaande aan de datum van opzeggen. Een opzeggings-formulier is bij de schooladministratie aan te vragen. Opzeggen per 1 juni, 1 juli of 1 augustus van een jaar is niet mogelijk.
Het opzeggen van de strippenkaart kan door het invullen van een opzeggingsformulier. Dit formulier is verkrijgbaar bij de administratie. Hiermee wordt de volle strippenkaart niet automatisch verlengd. Ongebruikte strippen blijven staan; deze worden niet terugbetaald.

Af- en aanmelding per schooldag
Bij het lokaal hangt een weeklijst waarop precies staat welke kinderen uit de groep overblijven en op welke dag. De leerkracht houdt deze lijst bij voor kinderen die afwezig zijn wegens ziekte of andere omstandigheden. Ouders blijven zelf verantwoordelijk voor het tijdig doorgeven van de informatie over schoolverzuim van hun kind. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de ouders/verzorgers is het niet geoorloofd dat een kind bij iemand anders buiten de school gaat lunchen.


11.5 Naschoolse opvang (NSO)

Naschoolse opvang biedt opvang voor schooltijd, na schooltijd, tijdens vakanties en tijdens overige schoolvrije dagen (o.a. studiedagen). De school is wettelijk verantwoordelijk voor de aansluiting met naschoolse opvang, maar niet voor het aantal plaatsen in de naschoolse opvang en de kwaliteit. Daarvoor zijn de organisaties van kinderopvang zelf verantwoordelijk volgens de Wet op de Kinderopvang. De ouderbetrokkenheid loopt niet via de basisschool, maar via de oudercommissie van de vestiging voor naschoolse opvang. De KMS werkt samen met de SKBNM als externe organisatie voor kinderopvang. Als ouders om opvang vragen, verwijst de school ze door naar deze organisatie.

De SKBNM heeft met de KMS een samenwerkingsovereenkomst die afgestemd is op de wensen van de school. Een groot aantal van de daarin vastgelegde afspraken gaan over de wijze waarop dagelijks de kinderen van de KMS aan de leiding van de kinderopvang worden overgedragen. Hierdoor is er duidelijkheid over verantwoor-delijkheden en aansprakelijkheid van beide partijen. Ook het kwaliteitsbeleid en het pedagogisch beleid zijn onderdeel van de gemaakte afspraken.
Ouders die gebruik willen maken van de naschoolse opvang van de SKBNM kunnen zich bij die instelling inschrijven. Kinderen van de KMS hebben voorrang op de plaatsingslijst. Meer informatie over de SKBNM is te vinden op de website: www.skbnm.nl.

Terug naar de inhoudsopgave )